Serieel Beeld periode 2

Dit zijn de twee documenten, een ansichtkaart en een visum, van waaruit ik verhaallijnen moet bedenken en verbeelden, om ze daarna tot 3 filmpjes te verwerken. Het is een interessante kaart uit 1921, geadresseerd aan iemand die verblijft in paviljoen 3 van het Wilhelmina Gasthuis, het paviljoen waar de geesteszieken verbleven. Daarnaast een visum van iemand die van Oost-Duitsland door DDR-gebied (Marienborg) zou reizen richten West-Berlijn, de aankomststempel is alleen nooit geplaatst.





Beoordelingen en presentatie Blok 1




De uiteindelijke 'niet oprechte' beelden geschilderd op glas voor Beeld en Concept.
Op glas schilderen leek me interessant omdat ik hoopte dat er iets van het beeld onder het glas te zien zou zijn. Ik denk namelijk dat je het altijd aan iemand zal zien als hij of zij niet oprecht is, dat zie je dwars door de bijvoorbeeld niet gemeende glimlach heen. Helaas kun je natuurlijk geen aquarel op glas schilderen en dekt verf dus goed. Niet oprecht = niet eerlijk = liegen, de slang is het dier van de leugen, vandaar dat de gezichten een slangentong hebben. Blauw vond ik een ijzige kleur en groen heeft iets gemeens, passend bij niet oprecht zijn. Bij bovenstaand beeld heb ik gekozen voor een grijskleurig leugenachtig gezicht, dit lijkt er zo nog meer door te schemeren.
Zelf had ik er plezier in en vond ik het boeiend om te doen, ik was ook wel tevreden met het feit dat ik een compleet andere kant op ben gaan denken terwijl ik een paar weken terug maar niet verder kwam met het woord 'nep'. Volgens Jacqueline Overberg werkte ik nog steeds teveel naar het concept toe in plaats van dat ik beeld liet ontstaan vanuit het concept 'vieze glimlach'. In het begin begreep ik dit niet, ik had de gezichten in eerste instantie een slangentong gegeven en een gemene uitstraling en probeerde de dubbelzinnigheid van onoprechtheid weer te geven door ook een tegenovergesteld beeld -een 'oprecht' blij gezicht- toe te voegen. Nu begrijp ik wel dat ik nog steeds gefocust was op een glimlach die dus eigenlijk onoprecht is; een vieze glimlach.
Voor de beoordeling van 3D heb ik een wat groter 3dimensionaal beeld gemaakt in de gangen tussen de lokalen:

Tijdens de proefassessmentdag moest iedereen een selectie van zijn werk presenteren. Het groepje waar ik bij werd ingedeeld heeft me echt goede kritiek gegeven waar ik iets mee kon. Ik ben blij dat ik het eens geprobeerd heb, alles per vak ophangen blijkt absoluut geen goed beeld te geven van de ontwikkelingen die ik binnen de vakken en binnen het blok doorgemaakt heb. Daar moet ik dus eens wat beter over gaan nadenken voor januari. Ook was het fijn dat we de presentaties van 5 klasgenoten hebben besproken met de hele klas, daar heb ik ook veel van opgestoken. Mijn presentatie die dag (v.l.n.r.: 2D, beeld en concept, 3D en serieel beeld):

Volgend blok ga ik me minder 'aan de opdracht houden' en juist kijken wat ik er voor mezelf van kan leren. Ik merk dat ik niet bijzonder eindresultaat gericht ben, maar ik werk wel enigzins naar wat er volgens mij van mij verwacht wordt, ik moet een middenweg zien te vinden tussen iets voor de opdracht maken en iets voor mezelf maken en onderzoeken en er zo van leren. Ik moet ook iets minder bescheiden zijn volgens Herman Lamers, daar heeft hij misschien ook wel gelijk in. Ik moet zeggen dat ik de week voor de beoordelingen even wat minder plezier begon te krijgen in het 'creatief bezig zijn'. Ik was dan ook blij dat Herman Lamers zei dat het heel normaal is dat het voor je gevoel opeens heel veel/te veel lijkt, wanneer je altijd voor je plezier wat hebt getekend etc. Ik heb echt nog nooit zoveel plezier gehad in naar school gaan en met school bezig zijn, maar ik heb het dus ook nodig om er andere dingen naast te kunnen doen.